Kritische vragen VVD bij verordening woningverhuur in Middelburg

De VVD-fractie in de Middelburgse gemeenteraad heeft kritiek op de nieuwe regels rond verhuur van woningen in de binnenstad. Daar zitten onduidelijkheden in, met name rond de duur van verhuur en vergunningen, zegt gemeenteraadslid Alex Wöhler. Ook vreest de partij voor waardeverlies van woningen.

Vanaf 1 juni 2024 zijn de regels voor verhuur veranderd in de gemeente Middelburg. Voor woningen die onder de huisvestingsverordening vallen geldt dan een vergunningsplicht voor toeristische verhuur. Het betreft woningen in het gebied binnen de vesten en het Kanaal door Walcheren. Doel is dat betaalbare woningen ook daadwerkelijk beschikbaar komen en blijven, met name voor starters en mensen met een bescheiden inkomen.

De aanleiding voor deze aanpassingen ligt in de Middelburgse Woonagenda 2023, die al is vastgesteld door de gemeenteraad. De verordening vormt een concrete stap in de uitvoering hiervan en beschrijft de impact van tweede woningen en illegale verhuur aan toeristen of arbeidsmigranten.

Vergunningsplicht

Voor woningen die onder de huisvestingsverordening vallen geldt vanaf 1 juni een vergunningsplicht voor toeristische verhuur. De gemeente Middelburg wil de binnenstad beschermen tegen andere situaties dan bewoning en ook een effectievere sturing op leefbaarheid verkrijgen. Al dan niet illegale verhuur kan tot overlast leiden in wijken, met mogelijke negatieve gevolgen voor de leefbaarheid.

Voor aanbieders die hun woonruimte al voor 1 juni 2024 rechtsgeldig aanboden voor toeristische verhuur geldt de vergunningplicht niet gedurende de eerste zes maanden na de inwerkingtreding van deze bepaling. Dat betekent dat zij op 1 december 2024 wel een huisvestingsvergunning nodig hebben.

Verschil uitleg

De VVD-fractie heeft nu vragen gesteld over de uitleg van de verordening. Die ziet een verschil tussen de letterlijke huisvestingsverordening en de uitleg die het college hieraan geeft op onder andere de website van de gemeente Middelburg. “De behandelend ambtenaar vertelde dat de periode van vier maanden, zoals genoemd in de huisvestingsverordening, een periode van maximaal vier maanden aaneengesloten betrof”, zegt gemeenteraadslid Alex Wöhler. “Dat was omdat dan niet langer dan vier maanden aan bepaalde doelgroepen, zoals arbeidsmigranten toeristen, verhuurd mag worden. Zou dat langer dan vier maanden zijn, dan zouden deze doelgroepen ingeschreven moeten worden bij de gemeente.”

Woningvoorraad

De VVD-fractie wil dus van het college horen of deze voorstelling van de behandelend ambtenaar de juiste is geweest. Verder vreest de partij dat als een pand maximaal vier maanden per kalenderjaar mag worden verhuurd, het de rest van het jaar ook niet verhuurd zal worden. Daarmee zal het niet ten goede komen aan de woningvoorraad. En als die periode van vier maanden verhuur in de zomermaanden valt, zal het de leefbaarheid in de binnenstad nauwelijks verbeteren, denkt de partij.

Waarde- en inkomstenverlies

Verder vraagt de VVD waarom er geen onderscheid wordt gemaakt in de maximale huurperiode tussen woningen en woonruimtes waarbij de hoofdbewoner zelf ook in het pand woonachtig is. Ook vraagt de partij zich af op welke gronden een vergunning geweigerd dan wel toegekend zal worden. Tenslotte stelt de VVD de vraag of er consequenties zullen zijn voor de waarde- en inkomstenverlies voor woningeigenaren, als die hun woningen in de binnenstad niet meer onbeperkt mogen verhuren, wat tot voor kort wel mogelijk was.

Foto: Peter Urbanus