Raadsvragen over opvang verslaafden en daklozen in Vlissingen
Vlissingen wil de opvang van drugsverslaafden en daklozen in de binnenstad beperken en meer spreiden over de gemeente. Partij Souburg Ritthem (PSR) vraagt zich af wat de gevolgen zijn. Volgens de partij bieden deze locaties juist ondersteuning aan mensen die vaak afhankelijk zijn van laagdrempelige, bereikbare en samenhangende hulp. Het college van B en W heeft besloten om verdere groei van inloop- en ontmoetingsplekken, opvang, dagbesteding niet mogelijk te maken. Dit besluit geldt voor de binnenstad, de boulevards en de aanloopstraten Badhuisstraat, Aagje Dekenstraat, Coosje Buskenstraat en Scheldestraat.
Het college legt in de raadsinformatiebrief van 8 juli een nadrukkelijk verband tussen de concentratie van maatschappelijke voorzieningen voor specifieke ‘urgentiegroepen’ en een verslechtering van het verblijfs- en ondernemersklimaat, overlast en gevoelens van onveiligheid. “Maar in de brief ontbreekt een concrete onderbouwing van een verband tussen de opvang en overlast”, vindt PSR. De aangekondigde ‘evenwichtige spreiding’ roept bij de oppositiepartij de vraag op of het college daadwerkelijk inzet op betere regie of voorsorteert op het weren en op termijn verplaatsen van maatschappelijke hulpverlening uit de binnenstad. De partij vreest dat het college aanstuurt op minder opvanglocaties in de binnenstad.
Cijfers en garanties
Raadslid Wilma van Dongen begrijpt dat het nu geen ideale situatie is. Vorig jaar liepen meermaals ‘flippende’ drugsgebruikers (deels) ontkleed door de binnenstad. Beperking van het aantal opvang- en hulplocaties in de binnenstad kan echter ook betekenen dat de doelgroep opduikt in andere delen van de stad, vreest ze. Daarom wil PSR weten of er cijfers beschikbaar zijn waaruit geconcludeerd wordt dat de toename en concentratie van maatschappelijke voorzieningen leidt tot meer overlast, een groter gevoel van onveiligheid en druk op het ondernemers- en verblijfsklimaat. “Wat betekent dit concreet voor de hulpverleningsinstanties die nu in de binnenstad zijn gevestigd?”, vraagt Van Dongen. “Kan het college ondubbelzinnig garanderen dat deze organisaties hun huidige activiteiten kunnen voortzetten en niet via toekomstig omgevingsbeleid, vergunningverlening of andere gemeentelijke sturing alsnog onder druk worden gezet om te verhuizen?” Van Dongen is ook benieuwd of hulpverleners, organisaties en vertegenwoordigers van patiënten zijn betrokken bij de plannen van het college.

In de binnenstad zijn nu nog meerdere opvangplekken te vinden. (foto: Streekomroep Walcheren)
