‘Gauw duidelijkheid voor turnverenigingen over nieuwe accommodatie’
Het Vlissingse college van B en W zoekt naar een passende oplossing voor Turnschool Zeeland en DIOS. Maar wat is er allemaal vooraf gegaan aan de plotselinge sluiting van hun onderkomen afgelopen zomer, vraagt Partij Souburg Ritthem (PSR). De leegstaande Onze Lieve Vrouwekerk aan de Singel is nu in beeld als alternatief. Maar er is wel haast bij, vindt fractievoorzitter Jeffrey van Gils. “Anders is het straks einde oefening.”
Eind juli werd het tijdelijke onderkomen van Turnschool Zeeland en turnvereniging DIOS aan de Dreesstraat in Vlissingen plotseling gesloten door de gemeente, omdat het niet veilig meer was. Dat tijdelijk was overigens al behoorlijk permanent geworden. De sportverenigingen gebruikten het voormalige schoolgebouw al sinds 2004, maar hadden het helemaal ingericht voor de beoefening van de turnsport.
Er waren wel al jaren klachten over de toestand van het gebouw en lekkages. De afgelopen jaren stelden onder meer de gemeenteraadsfracties POV en PvdA-GroenLinks al eens vragen over deze situatie. Er zou passende alternatieve huisvesting worden gezocht, antwoordde het college van B en W al in december 2022. In april dit jaar liet het college nog weten dat er gesprekken liepen over vervangende huisvesting en dat onder meer de nog te bouwen sporthal Weyevliet als optie werd onderzocht. De turnsters zouden niet op straat komen te staan.
Kerkgebouw
Dat gebeurde dus wel. De turnschool en turnvereniging zitten al maanden zonder accommodatie. Leden moeten voor trainingen uitwijken naar onder meer Souburg, Middelburg, Roosendaal en zelfs Den Bosch. Dat kost veel geld en tijd en gaat ten koste van het aantal trainingsuren. Vorige week meldde het college dat de leegstaande Onze Lieve Vrouwekerk aan de Singel als mogelijke tijdelijke optie wordt onderzocht. Het kerkgebouw is nu eigendom van de investeerder Kloosterboer, die er appartementen in wil realiseren. “Omdat hij nog wacht op de nodige vergunningen bood hij de kerk aan als tijdelijk alternatief”, vertelt fractievoorzitter Van Gils van PSR. “Maar er moet wel gauw duidelijkheid komen vanuit de gemeente, anders vrees ik dat het einde oefening wordt voor de turnverenigingen.”
Afspraken
Fractievoorzitter Van Gils wil graag weten wat de gemeente de afgelopen jaren heeft ondernomen, nadat de andere fracties er vragen over stelden. Hij vraagt het college naar de afspraken en verantwoordelijkheden, welke gemeentelijke afdelingen betrokken zijn en wat er is afgesproken met de sportverenigingen en hoever het staat met het onderzoek naar de leegstaande kerk. “Wat is er nodig om die geschikt te maken als tijdelijke huisvesting”, vraagt hij. “Hij noemt zaken als verwarming, elektrische installatie, nutsaansluiting, krachtstroom, ventilatie, verlichting, veiligheid, sanitair, kleedruimten, opslag en de turnvloer.”
De kerk kan hooguit twee jaar als alternatief dienen, denkt Van Gils. “Daarna zitten ze weer op de schopstoel. De gemeente zegt dat ze hard werkt aan een oplossing, maar daar zien we weinig van terug. Er moet eens verder vooruit worden gekeken, zodat de turners weer verder kunnen.”

Jeffrey van Gils (Foto: PSR)
Het college heeft aangegeven volop bezig te zijn met het vinden van een oplossing. De fractie van Partij
Souburg-Ritthem PSR heeft er vertrouwen in dat het college en de ambtelijke organisatie zich hiervoor
inzetten. Tegelijkertijd is snelheid van belang. Tijdens de commissievergadering van 10 september 2026
heeft de heer Veraart namens Turnschool Zeeland en DIOS aangegeven dat de huidige noodoplossing
leidt tot circa 30% minder trainingsuren en verspreiding van trainingen over onder meer Souburg,
Middelburg, Roosendaal en Den Bosch. Hij gaf daarbij aan dat deze situatie niet als structurele oplossing
kan worden gezien en dat de toekomst van de turnsport hierdoor onder druk staat. Een tijdelijke oplossing
moet daarom voldoende perspectief bieden totdat een structurele accommodatie beschikbaar is.
De fractie van Partij Souburg-Ritthem heeft daarom de volgende vragen:
- Welke concrete stappen zijn sinds de artikel 34-vragen van 15 mei 2026 gezet voor tijdelijke én
structurele huisvesting van Turnschool Zeeland, en welke besluiten, afspraken en vervolgstappen zijn
daarbij vastgelegd? - Welke locaties zijn sinds 2022 daadwerkelijk onderzocht of serieus overwogen, wanneer, voor welke
gebruiksduur en met welke uitkomst? Welke locaties zijn afgevallen en op basis van welke concrete
criteria? - Welke afspraken en toezeggingen zijn sinds 2022 met Turnschool Zeeland en DIOS gemaakt over
huisvesting, kosten, gebruik en verantwoordelijkheden, hoe zijn deze vastgelegd en welke afspraken
staan nog open? - Welke rol hebben Team Accommodaties, de betrokken beleidsafdelingen en het college hierin gehad en
hoe is de verantwoordelijkheidsverdeling vastgelegd? - Hoe is bij de zoektocht uitvoering gegeven aan het gemeentelijke Accommodatiebeleid, waaronder het
uitgangspunt dat bestaande niet-commerciële gebruikers bij wijzigingen in het accommodatiebestand
een passende plaats kunnen behouden? - Welke bestaande gemeentelijke accommodaties en beschikbare capaciteit zijn momenteel beoordeeld
op mogelijkheden voor tijdelijk of structureel gebruik, inclusief medegebruik en het vrijmaken van
capaciteit door planning of herschikking? - Wat is de actuele stand van zaken van de Onze Lieve Vrouwekerk: welke onderzoeken zijn afgerond,
welke nog niet en wanneer is hierover een definitief oordeel te verwachten? - Welke technische en structurele voorzieningen van de Onze Lieve Vrouwekerk voldoen wel en niet aan
de eisen voor Turnschool Zeeland en DIOS, in het bijzonder verwarming, elektrische
installatie/nutsaansluiting, krachtstroom, ventilatie, verlichting, veiligheid, sanitair, kleedruimten, opslag
en turnvloer? - Welke aanpassingen zijn nodig om de Onze Lieve Vrouwekerk veilig en bruikbaar te maken, wat kosten
deze en wie is verantwoordelijk voor uitvoering en financiering? Maak daarbij onderscheid tussen
investeringen voor tijdelijk, langdurig en structureel gebruik. - Welke gebruiksduur is voor de Onze Lieve Vrouwekerk realistisch en kan deze, indien een structurele
oplossing langer op zich laat wachten, worden verlengd dan de aangegeven 1,5 jaar? Welke
voorwaarden gelden daarvoor? - Welke mogelijkheden ziet het college om de Onze Lieve Vrouwekerk voor langere of structurele
huisvesting te benutten en welke aanvullende investeringen en exploitatielasten zouden daarvoor nodig
zijn? - Welke sportinventaris en sportvoorzieningen, waaronder de turnvloer of turn mat en andere
noodzakelijke toestellen, zijn de afgelopen jaren niet of onvoldoende vervangen of vernieuwd, en welke
financiële gevolgen heeft dit voor Turnschool Zeeland en DIOS? - Welke investeringen in sportinventaris zijn volgens het college op korte termijn noodzakelijk om de
continuïteit en veiligheid van de turnsport te waarborgen, en welk bedrag is hiervoor naar verwachting
nodig? - In hoeverre beschikken Turnschool Zeeland en DIOS op dit moment over voldoende financiële
middelen om noodzakelijke sportinventaris zelf te vervangen, en welke gevolgen heeft het beschikbaar
stellen van deze investeringen voor de hoogte van de contributie? - Welke mogelijkheden ziet het college om, gelet op de langdurige onzekerheid over de huisvesting, een
renteloze lening of andere passende financieringsvorm beschikbaar te stellen voor noodzakelijke
duurzame sportinventaris, zoals een turnvloer of turn mat en andere toestellen, zodat noodzakelijke
vervanging niet ineens volledig op de verenigingen of hun leden drukt? - Welke voorwaarden zouden daarbij kunnen gelden voor omvang, looptijd, aflossing en start van de
aflossing, en kan daarbij rekening worden gehouden met het moment waarop de nieuwe accommodatie
daadwerkelijk in gebruik wordt genomen? - Welke mogelijkheden ziet het college om bij een nieuwe tijdelijke of structurele accommodatie de
gebruikersbijdrage of huur zodanig vorm te geven dat de continuïteit van de verenigingen en
betaalbaarheid voor leden worden meegewogen, en welke uitgangspunten uit het accommodatiebeleid
zijn daarbij van toepassing? - Welke mogelijkheden bestaan er bij een nieuwe accommodatie voor medegebruik of onderverhuur aan
andere sportverenigingen of maatschappelijke organisaties, en hoe kunnen eventuele opbrengsten
worden betrokken bij de exploitatie en daarmee bij de gebruikersbijdrage van Turnschool Zeeland en
DIOS? - Op basis van onze raming en inkoop-/aanbestedingsprocedure is de eerder genoemde termijn van 12
tot 16 weken gebaseerd, is deze realistisch en vanaf welk moment zou die termijn volgens het college
lopen? Indien niet zou het college dan een realistischere planning kunnen geven met mogelijk
verschillende opties zoals bijvoorbeeld een geïsoleerde tent? - Welke termijn is nodig wanneer voor de tijdelijke accommodatie een meervoudig onderhandse,
nationale of Europese procedure noodzakelijk is, en welke onderdelen kunnen parallel worden
voorbereid om vertraging te beperken? - Kan het college een integrale planning geven vanaf oktober 2026 tot en met ingebruikname van
tijdelijke huisvesting én tot de structurele oplossing, met daarin beslismomenten voor Onze Lieve
Vrouwekerk, alternatieven, financiering, aanbesteding, uitvoering en raadsinformatie? - Op welk moment ontvangt de gemeenteraad één integraal overzicht met de onderzochte locaties, de
technische en financiële beoordeling van de Onze Lieve Vrouwekerk, de alternatieven, de rol en
planning van Baskenburg en andere structurele sportaccommodaties, de beschikbare en benodigde
budgetten, de risico’s voor de continuïteit van de turnsport en de route naar structurele huisvesting? - Welke risico’s ziet het college voor de continuïteit van Turnschool Zeeland en DIOS wanneer op korte
termijn geen passende accommodatie beschikbaar komt, en welke maatregelen worden genomen om
te voorkomen dat de huidige tijdelijke situatie leidt tot het wegvallen van trainingsmogelijkheden, leden
of de continuïteit van de verenigingen?
Wij zien uw beantwoording met belangstelling tegemoet.
