Boeiende wetenswaardigheden tijdens Zeeuwse Archelogiedag

Een op het oog willekeurige verzameling stenen blijkt heel veel te kunnen vertellen over de middeleeuwse handelsroutes. Komt een steen uit Scandinavië, dan is die waarschijnlijk meegenomen uit het Oostzeegebied. Dat en nog veel meer kwam zaterdag aan bod, tijdens de jaarlijkse Zeeuwse Archeologiedag in de ZB voor professionals en vrijwilligers van Stichting Erfgoed Zeeland. Professor Wim de Clerq van de UGent vertelde er over onderzoek naar verdronken dorpen in de Zeeuwse Delta.

Op een tafel ligt een kleine verzameling stenen uitgestald. Een deel is doorgezaagd voor onderzoek. Ze zijn afkomstig uit een partij van ongeveer 3000 stenen die zijn gevonden bij rioolwerkzaamheden in Sint-Anna Ter Muiden. Ze blijken te zijn gebruikt als ballast in middeleeuwse zeilschepen, vertelt Jan Ruesen. Hij is een van de tientallen vrijwilligers die zaterdag deelnamen aan de Zeeuwse Archeologiedag. Ruesen werkt als vrijwilliger bij het Cultuurforum Aardenburg. “Als schepen lichtere lading vervoerden, bijvoorbeeld wol of dierenhuiden, waren die stenen nodig als ballast. Ze moesten van een handzaam formaat zijn.”

Hanzesteden
Ruesen: “Sluis was in de late middeleeuwen een voorhaven van Brugge. Brugge was vergelijkbaar met het Rotterdam van nu. Het was een van de Hanzesteden, van waaruit handel werd gedreven met Scandinavië en steden in het Oostzeegebied, zoals Lübeck en Rostock. Als je dan te weten kunt komen wat voor soort ballaststenen het zijn, weet je ook meer over waar die ooit vandaan zijn gekomen. Aan de hand daarvan kun je weer de oude handelsroutes over zee in kaart brengen en andere kennis verzamelen.”

Stenen
De stenen vertellen dus een verhaal. “We beginnen met de stenen te bekijken onder een loep. Daarna doen we verder onderzoek. Sommige zagen we door”, vervolgt Ruesen. “Hier liggen onder meer zandsteen, porfier en graniet. Sommige stenen zijn afkomstig uit bijvoorbeeld Scandinavië. Die zijn daar vandaan meegenomen. We hebben hier een steen die het Noordwest-Engeland komt, de omgeving van Leeds. Ze zijn aangetast door boormosselen. Dat zie je aan de gaten. Dan zijn die stenen daar dus ingeladen en dat vertelt weer meer over handelsroutes in de middeleeuwen. We weten ook dat er toen veel Vlaamse schapenhouders naar Noordwest-Engeland zijn geëmigreerd. Er was daar veel lakenhandel en de wol werd daarvoor gebruikt. Daar vandaan werden die stoffen weer naar elders vervoerd.”

Verdronken dorpen
Professor Wim de Clercq van de UGent heeft samen de universiteiten van Kiel en Wenen onderzoek gedaan naar verdronken dorpen in Zuidwest Nederland. Er liggen ruim honderd verdronken dorpen en steden in de Zeeuwse en Zuid-Hollandse Delta. Met nieuwe technieken lukt het steeds beter om de zeebodem in kaart te brengen. Vaak gaat het erom technieken te combineren. De Gentse onderzoekers doen onderzoek naar de verdronken dorpen Nieuwlande en Tolsende, in de buurt van Yerseke.

De lezing door Wim de Clercq van UGent.

Dronebeelden
De onderzoekers combineren onder meer oude luchtfoto’s uit de Tweede Wereldoorlog, moderne dronebeelden, metingen vanaf een bootje en technieken om verschillen in magnetische velden in de zeebodem te meten. Met verschillen in het magnetisch veld kun je bakstenen funderingen of oude vuurplaatsen vinden. Zo zijn oude funderingen gevonden van de kerk van Tolsende, een kasteeltoren en boerderijen. “De zee wist niet alles uit”, aldus De Clercq. “We kunnen zelfs waarnemen waar het stroomgat is geweest, waarlangs een stormvloed het dorp heeft overstroomd.”

Door de in kaart gebrachte fundering van de kerk te vergelijken met de nog bestaande en in dezelfde periode gebouwde kerk van Noordgouwe kregen de onderzoekers een goed beeld hoe de kerk van Tolsende en omgeving eruit zagen. Het was een typisch Zeeuws ringdorp. “We kunnen zelfs zien waar de kerk en het kasteel lagen en waar de smid en vlasbewerker woonden.”

Jan Ruesen van Cultuurforum Aardenburg. (foto’s: Streekomroep Walcheren)