Coalitievorming Middelburg naar volgende fase

Er zit schot in de coalitievorming van de Middelburgse gemeenteraad. Het advies van de informateurs aan de partijen GroenLinks/PvdA, LPM (Lokale Partij Middelburg), SGP en VVD om met elkaar rond de tafel te gaan zitten is inmiddels aangepakt: “We hebben met elkaar vastgesteld dat er verschillen tussen de partijen zijn en ook zullen blijven. Tegelijkertijd zijn we tot de conclusie gekomen dat deze verschillen niet onoverkomelijk zijn en dat er voldoende vertrouwen is om de volgende stap te zetten naar de formatiefase”, aldus een gezamenlijk statement van de vier partijen.

Dat de vier partijen aangeven naar de volgende fase te willen gaan, betekent dat er externe personen bij betrokken worden: “Wij zijn van mening dat er een stevig fundament ligt om de formatiefase te starten. Daarbij hebben wij geconcludeerd dat het wenselijk is een externe formateur aan te stellen, die het proces onafhankelijk en zorgvuldig kan begeleiden”, schrijven ze in een persverklaring.

Begin juni
De partijen hopen nog voor de zomer alle puntjes op de i te hebben gezet: “Wij hebben de ambitie om de formatie begin juni af te ronden, waarbij zorgvuldigheid nadrukkelijk voorop staat boven snelheid”, laten ze weten.

Verschillen
Gevraagd welke verschillen er nu nog spelen, wil (kandidaat-)wethouder en lijsttrekker Jeroen Louws van GroenLinks-PvdA Middelburg best even reageren. Met zeven zetels vormt zijn partij de grootste gemeenteraadsfractie van Middelburg, gevolgd door Lokale Partij Middelburg (LPM). “Als je de afgelopen vier jaar de Middelburgse politiek hebt gevolgd weet je dat er verschillen van mening zijn tussen de coalitiepartijen en de opositie. Dat speelde bijvoorbeeld op gebied van cultuur en organisatieontwikkeling.”

“Los daarvan zijn er natuurlijk inhoudelijke verschillen tussen onze partij en bijvoorbeeld de VVD. Ik denk dan met name aan het sociaal domein en hoe we aankijken tegen het beleid rond de Middelburgse binnenstad en de ontwikkeling van het toerisme”, zegt Louws. “Maar we zien genoeg aanleiding om verder te praten met elkaar.” Een formateur kan hij nu nog niet noemen. “We hebben wat namen in gedachten. Maar we komen er vast wel uit.”