‘Bodemverontreiniging Veiligheidscentrum Zeeland geen verantwoordelijkheid van gemeente Vlissingen’
De gemeente Vlissingen is in principe niet verantwoordelijk voor mogelijke bodemverontreiniging onder het Veiligheidscentrum Zeeland (VCZ). Dat zegt het college van B en W naar aanleiding van vragen van de fractie Hart voor de Dorpen (HvD). VCZ huurt de grond van North Sea Ports. Maar de gemeente Vlissingen is wel voor 100 procent aandeelhouder van het veiligheidscentrum.
HvD had al eerder vragen gesteld over bodemverontreiniging op het terrein van het VCZ en de gevolgen daarvan bij eventuele verkoop van dit terrein. Maar daarna had de fractie nog steeds vragen. Dat ging vooral over wie waarvoor verantwoordelijk is, sinds wanneer de gemeente van de verontreiniging op de hoogte is, welke juridische en financiële risico’s er zijn bij mogelijke verkoop en hoe de raad hierover geïnformeerd is.
De verontreiniging kan mogelijk van invloed zijn op de waarde van publieke middelen. Het ontbreken van een volledig bodemrapport was aanleiding voor nieuwe vragen, vond HvD.
Geen verplichting
Op dit moment heeft de gemeente geen wettelijke verplichting om de bodem te laten saneren, antwoordt het college. In principe is de huurder (VCZ) aansprakelijk voor de aantoonbaar eigen veroorzaakte verontreiniging. Een aandeelhouder (de gemeente) is niet aansprakelijk voor het handelen van het bedrijf, omdat een rechtspersoon zelfstandig aansprakelijk is.
Niet openbaar
De gemeente is geen partij in de overeenkomst tussen VCZ en NSP, zodat het college terughoudend moet zijn in het delen van deze gegevens. Indien nodig zal de gemeente North Sea Ports en het VCZ vragen of de overeenkomst openbaar gemaakt kan worden.
Er zijn volgens het college ook geen aanwijzingen dat de verontreiniging afgelopen jaren is verergerd. “Bij navraag heeft VCZ aangegeven bij oefeningen geen PFAS-houdend blusschuim te gebruiken. Op dit moment is er dus geen reden om VCZ hier formeel op aan te spreken.”
Historische vervuiling
Uit een openbare rapportage van 3 mei 1990 is al duidelijk geworden dat de bodem vervuild is met minerale olie. Het is volgens het college niet te achterhalen op welke wijze dat toen binnen de gemeente gedeeld is. De (historische) verontreiniging was bekend bij de gemeente en is ongetwijfeld besproken. Er was geen noodzaak om hierover bestuurlijk contact te hebben met VCZ of North Sea Ports, zegt het college.
Bestemmingsplan
Op de vraag van HvD waarom de gemeenteraad niet eerder is geïnformeerd over de verontreiniging, antwoordt het college dat de gemeenteraad dat dat destijds wel is gebeurd. Het rapport van 3 mei 1990 is ook openbaar. Ook is de bodemvervuiling aan de orde gekomen in het bestemmingsplan ‘Binnenhavens’, dat door de gemeenteraad in 2013 is vastgesteld.
Pas als er daadwerkelijk een verkoopproces wordt gestart kan er volgens het college worden besloten om aanvullend bodemonderzoek uit te voeren, of nieuwe afspraken te maken.

Het Veiligheidscentrum aan de Buitenhaven in Vlissingen. (foto: WFM)

